Vijgen-perentaart in blauwebessendeeg

8 personen

Deeg
500 g blauwe bessen (diepvries)
400 g patisseriebloem
100 g suiker
200 g boter

Vulling
1 kilo stevige handperen
500 g vijgen
100 g suiker

1. Breng de blauwe bessen aan de kook en pureer met een staafmixer. Laat langzaam inkoken tot een pasta. Druk door een fijne zeef (er is 100 ml nodig voor de taart).
2. Zeef bloem en suiker boven een kom. Snijd de boter in kleine blokjes en leg 10 minuten in de vriezer. Maal de boter met de bloem en suiker tot een kruimeldeeg in de keukenmachine. Voeg het bessensap toe en draai tot een samenhangend deeg.
3. Verdeel het deeg in twee stukken (het ene stuk iets groter dan het andere). Rol beide stukken deeg tussen twee vellen bakpapier uit tot cirkels van 25 cm. Leg met het bakpapier een uur in de koeling om te rusten en op te stijven.
4. Schil intussen de peren en verwijder het klokhuis. Halveer en snijd in dunne parten van 1 cm. Snijd de vijgen in partjes en meng in een ruime kom met de peer en de suiker. Laat een uur marineren. Giet af in een zeef en laat het vocht eruit lopen. Zet weg in de koeling.
5. Vet de taartvorm in en druk de dunnere deeglap met behulp van het bakpapier in de vorm. Verdeel de vulling erover.
6. Rol de andere deegplak verder uit tot circa 4 mm dikte en snijd er stroken van 5 cm van. Maak een vlecht van de deegstroken over de taart. Druk het deeg aan de randen goed aan zodat bodem en deksel hechten. Zet de taart nog 15 minuten in de vriezer.
7. Bak de taart 35 à 40 minuten op 180ºC.