Nasi Lemak

4 personen

2 l frituurolie
300 g hele, niet gepelde cocktailgarnalen (diepvries), ontdooid
4 el rijstmeel
2 plakjes gula djawa (palmsuiker)
50 ml vissaus
4 tl sambal trassi
300 g pandanrijst
1 blik kokosmelk
ca. 3 cm verse gember, geschild
4 sjalotten, in ringetjes
handje taugé, afgespoeld met kokend water
½ komkommer, in dunne plakken
handje vliespinda’s

1. Verhit de frituurolie tot 180ºC. Knip de pootjes van de garnalen. Meng de garnalen met het rijstmeel zodat alles is bedekt en frituur de garnalen in 5 minuten bruin en krokant. Laat uitlekken op keukenpapier (laat de frituur nog even aan). Laat intussen de suiker met de vissaus smelten. Voeg wat water toe als het te dik blijft. Meng de gefrituurde garnalen met dit zoet-hartige mengsel en de sambal trassi en laat even staan.
2. Spoel de rijst af in een zeef, doe in een pan en voeg de kokosmelk en gember toe. Schenk er water bij tot de rijst ongeveer 2 centimeter onderstaat. Breng aan de kook, roer even door en kook de rijst met het deksel op de pan in circa 10 minuten gaar. Haal het deksel van de pan, roer de rijst door en laat even rusten.
3. Kook intussen de eieren nét hard. Frituur de sjalot in de frituurolie in circa 3 minuten knapperig. Laat uitlekken op keukenpapier.
4. Serveer de rijst met het gekookte, gehalveerde ei, de gefrituurde sjalot, taugé, komkommer en de gefrituurde garnaal. Garneer met wat pinda’s.