Zomer in de stad
3x zomerse stadsstranden

Stadsstranden zijn booming business. Maar is een horecabedrijf aan een innercity-strand vergelijkbaar met een strandtent aan zee? Drie stadsstrandondernemers – van starter tot veteraan – vertellen over de uitdagingen.

1. De Kade – Alkmaar
De Kade was in 2012 in eerste instantie een eenmalig intiatief. Maar de reacies waren zo enthousiast, dat het Alkmaarse stadsstrand elk jaar in april zijn ‘deuren’ weer opent. Eigenaar Michael Francis Copplestone vertelt.

‘Mensen zeggen weleens: “Jij hebt echt de ideale baan! Lekker de hele dag met je voeten in het zand, zo relaxed!” Dan denk ik: je moest eens weten wat er achter de schermen allemaal bij komt kijken. In het hoogseizoen zijn werkweken van honderd uur geen uitzondering. Maar wel fijn dat ik relaxed oog als ik aan het werk ben. Dat is ook zeker de sfeer die we op ons stadsstrand nastreven: ontspannen, ongedwongen en gezellig.’

‘Je moet je eigen koers blijven varen’
‘Behalve overwegend positieve geluiden, waren er de eerste jaren ook veel negatieve reacties. Mensen die er niet in geloofden, of het niet eens waren met de manier waarop wij het aanpakten’, vertelt Michael. ‘Daar trokken we ons weinig van aan. Vanaf het begin hebben we het op onze eigen manier gedaan en bij de start van het vijfde seizoen kan ik wel zeggen dat die manier gewoon werkt. Als horecaondernemer moet je je eigen koers blijven varen en durven uitgaan van je eigen kracht.’

‘De stap om buiten de deur te eten is kleiner’
Een van de dingen waar Michael en zijn team bewust voor kozen, is het Bring Your Own-concept: je mag je eigen vlees meenemen voor de barbecue. Michael: ‘We wilden de stap om buiten de deur te eten kleiner maken. Ik werd van alle kanten gewaarschuwd dat we zo geen omzet zouden draaien, maar dat blijkt niet te kloppen. De drankjes worden namelijk wel gewoon afgerekend bij de bar. Ik kende het concept uit Nieuw-Zeeland, waar mijn moeder vandaan komt, en wist dat het hier ook zou gaan werken.’ Een andere bewuste keuze is dat er geen wifi op het strand is. ‘We willen niet dat mensen hier gaan werken of de hele tijd op hun telefoon zitten te kijken. Ga gewoon echt in gesprek met elkaar rond het kampvuur, veel leuker!’

‘Mensen komen voor de stadsstrandsfeer’
‘Soms loop ik rond en denk ik: het oogt hier veel te rommelig. Maar dat is juist wat onze gasten aanspreekt. Je mag zelf slepen met tafels en je stoel op de beste plek zetten. Dat is nou de charme van een stadsstrand, op een terras in het centrum laat je dat wel uit je hoofd. Kijk, je kunt overal een kop koffie krijgen voor ongeveer dezelfde prijs. Waarom mensen die koffie dan toch bij ons komen drinken? Dat is toch vanwege die extra strandbeleving en die fijne, ontspannen sfeer. Verder valt en staat alles met de kwaliteit van je team. Voor ons is het belangrijk dat iedereen zich hier welkom voelt. We kennen dan ook veel vaste gasten bij naam. Net dat beetje extra aandacht maakt soms het verschil.’

‘Het drukst als de zon later doorbreekt’
‘We werken met dagverse producten, dus de inkoop is een hele puzzel. We zijn continu bezig met de weersvoorspellingen voor de volgende dag. Het luistert soms heel nauw, ook omdat we dicht bij de kust zitten. Als de zon zich ‘s ochtends meteen al laat zien, trekken veel mensen de stad uit naar het strand. Wij moeten het vooral hebben van de dagen dat de zon pas later doorbreekt. Dan hebben mensen geen zin meer om naar het strand te rijden, maar wel om even bij ons een biertje te komen drinken. Om iets minder afhankelijk te zijn van het weer, hebben we sinds dit seizoen een aantal zeecontainers neergezet. Daar kun je schuilen tijdens een buitje, of ‘s avonds als het afkoelt lekker bij de open haard komen zitten.’

2. Blijburg – Amsterdam
Als eigenaar van het allereerste stadsstrand van Nederland is Stanja van Mierlo gepokt en gemazeld. Sinds 2003 trekt stadsstrand Blijburg bezoekers vanuit Amsterdam (én omgeving) naar de wijk IJburg.

‘Ik denk dat we er wel een groot aandeel in hebben gehad om IJburg op de kaart te zetten’, vertelt Stanja. ‘Dat bleek wel toen na twee jaar sluiting van Blijburg dreigde. De gemeente ontving toen zoveel protesten vanuit de hele stad, dat ze het besluit snel heeft teruggedraaid. We mochten blijven mits we bereid waren mee te ‘hoppen’ met de ontwikkeling van IJburg. Dat betekende dus dat we telkens de boel moesten afbreken en weer opbouwen op een nieuwe locatie, soms maar een paar honderd meter verderop.’

‘We zijn nu ook in de winter open’
Sinds eind 2015 is Blijburg gevestigd op de huidige locatie, waar het stadsstrand in elk geval twaalf jaar mag blijven. ‘We hebben nu eindelijk kunnen investeren in een steviger, beter geïsoleerd pand. Hierdoor zijn we nu ook in de winter geopend. Dat hebben we al eens eerder geprobeerd, maar een pand dat zo lek is als een mandje krijg je ‘s winters niet behaaglijk. En als je toekomst onzeker is, is er ook geen geld om te investeren in een beter paviljoen. Nu is het lekker warm binnen, hebben we goede wifi en het hele jaar een fantastisch uitzicht. Dus ik verwacht dat we nu ook in de winter goed zullen draaien.’ Het pand is uitgerust met een duurzaam energiesysteem en de warmte van alle machines wordt hergebruikt om het pand te verwarmen of juist te koelen.

‘Voorbereid op veel, maar ook op weinig gasten’
Als stadsstrand moet je het natuurlijk vooral van het zomerseizoen hebben. ‘En in de Nederlandse zomer betekent dat: altijd voorbereid zijn op heel veel gasten, maar ook altijd voorbereid zijn op heel weinig gasten. Het blijft een uitdaging. Om personeel in te plannen, maar ook zeker voor onze chef-kok Else de Bruine. Zij kiest er bewust voor om altijd vers te koken. Ook werkt ze zoveel mogelijk met lokale en biologische producten.’ Dat maakt de inkoop natuurlijk wel lastiger. ‘Wil je ook op drukke dagen vooral vers en biologisch blijven koken, dan zijn een grote vriezer en een vacuumeermachine onmisbaar. Zorg voor een goede mise-en-place en maak alle sauzen van tevoren, zodat je nooit misgrijpt. Een belangrijke valkuil is een te uitgebreide menukaart.’

 

 

‘We willen een creatieve broedplaats zijn’
Wat bij veel stadsstranden niet kan, kan bij Blijburg wel: zwemmen. Daarnaast onderscheidt Blijburg zich door de vele culturele activiteiten die er worden georganiseerd. ‘We willen graag een creatieve broedplaats zijn voor alle Amsterdammers. Er is altijd veel te doen: avonden met live muziek, workshops, yoga en kindervoorstellingen. Ook hebben we een klein winkeltje en organiseren we maandelijks een markt met tweedehands spullen. ‘s Avonds zijn er vuurtjes op het strand, er heerst hier wel een beetje een Parade-achtige sfeer. Ik zeg weleens: Bij Blijburg vind je simpel geluk. Even de stad ontvluchten en de horizon zien.’

3. IJsselkade – Doetinchem
Het stadsstrand van Doetinchem is gevestigd in de garage van een voormalig politiebureau: Ijsselkade. Jorg Lammers is een van de initiatiefnemers.

‘De plannen voor een stadsstrand in Doetinchem lagen er al jaren, maar het was lastig om een geschikte locatie te vinden’, vertelt Jorg. ‘Tot mijn mede-initiatiefnemers Erik en Claudia vorig jaar werden benaderd door de gemeente. Die stelde voor de garage van het inmiddels gesloopte politiebureau te gebruiken. Een ideale plek: dicht bij het centrum, pal aan de Oude IJssel en met een prachtig uitzicht.’

‘Bijna iedereen werkt op oproepbasis’
Zes horecaondernemers ‘doen het stadsstrand erbij’ naast een andere baan of onderneming. ‘We hebben alleen onze kok in dienst genomen, verder werkt al ons personeel op oproepbasis. Ook zelf zal ik flink aan de bak moeten. Ik ben een van de twee eigenaren die operationeel gezien de kar trekt. Het is af en toe een heel gepuzzel, omdat je ook zo afhankelijk bent van het weer. Gelukkig hebben we een groot netwerk in Doetinchem en kennen we veel mensen die ons graag komen helpen. Erik en ik hebben ook al ervaring met zo’n constructie, we hebben jarenlang met elf vrienden een cafe gerund in het centrum van Doetinchem.’

‘Een industrieel pand mét warme sfeer?’
‘Gezien de huurovereenkomst voor slechts twee jaar was, was er een beperkt budget. Ons meubilair hebben we grotendeels via Marktplaats opgekocht. We hebben veel andere stadsstranden en industriële gebouwen bezocht om ideeën op te doen. Hoe krijg je in zo’n industrieel pand toch een fijne, warme sfeer? Budget voor een interieurarchitect was er niet, dus moesten we het allemaal zelf doen’, vertelt Jorg. ‘Ik hoop dat we minder afhankelijk zijn van het weer dan veel andere stadsstranden. Bij mooi weer zetten we de deuren van de garage open en lopen binnen en buiten in elkaar over. Bij slecht weer gaan de deuren dicht en is het binnen heel behaaglijk bij de haard. We zorgen ook voor een perfecte internetverbinding, zodat dit echt een ontmoetings- en werkplek kan worden.’

‘Verrast door de kwaliteit van het eten’
‘Bij een stadsstrand verwacht je misschien saté, spareribs en pizza, maar wij gaan liever voor yakitori, bavette en flammkuchen. Ook zoeken we naar producten waar een mooi verhaal over te vertellen valt aan tafel. Zo schenken we een wijn die ook in het Witte Huis gedronken wordt. Natuurlijk moet het allemaal wel betaalbaar en laagdrempelig blijven. In deze omgeving moet je ook niet te bijzonder willen zijn, dan trekken mensen hier al gauw de wenkbrauwen op. Maar de gast blij verrast naar huis laten gaan, dat is zeker ons streven.’

‘Zo genieten dat je de tijd vergeet’
Jorgs broer heeft al vijftien jaar een strandtent in Zandvoort. Hij is een belangrijke inspiratiebron voor de Doetinchemse ondernemers. Jorg vertelt: ‘Wat mijn broer heel goed heeft gedaan, is een vakantiesfeer creëren. Laat je gasten zo genieten dat ze de tijd vergeten, het idee hebben dat ze op vakantie zijn. Met die mindset zijn ze ook bereid om meer te spenderen. Bij ons kunnen de kinderen zich bijvoorbeeld urenlang vermaken met zand en water. Hun ouders zullen dan eerder geneigd zijn nog een tweede wijntje of iets te eten te bestellen.’